Bij besluit van 24 november 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ede [appellant A] en [appellante B] gelast om het gebruik van de recreatiewoning op het adres [locatie] in Lunteren voor permanente bewoning binnen twaalf maanden te beëindigen en beëindigd te houden. Als zij dat niet doen, moeten zij een dwangsom betalen van € 20.000,- ineens. appellant A] en [appellante B] zijn de eigenaars van de recreatiewoning aan de [locatie] in Lunteren, die zij sinds 2009 permanent bewonen. Het college heeft een last onder dwangsom opgelegd, omdat permanente bewoning van recreatiewoningen in strijd is met het bestemmingsplan. [appellant A] en [appellante B] zijn het daar niet mee eens. Volgens hen is er sprake van een bijzonder geval en had het college moeten afzien van handhaving. De rechtbank heeft in de financiële en medische situatie van [appellant A] en [appellante B], hun gebrek aan zelfredzaamheid, de krapte op de woningmarkt en de omstandigheid dat het elf jaar heeft geduurd voordat het college is overgegaan tot handhaving in dit geval aanleiding gezien om te oordelen dat het college van handhavend optreden had moeten afzien.